02 2019

Uit de redactie Editie 2019-02

De laatste Trema


Het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) heeft besloten dat Trema met zijn huidige inhoud ophoudt te bestaan. Het bestuur zal daarop elders zelf ingaan en de leden van de vereniging op de hoogte stellen van de plannen voor opvolging van Trema.

De ogenschijnlijk zo vertrouwde inhoud van Trema heeft in de vier afgelopen decennia wijzigingen ondergaan. Zoals het blad nu – digitaal, maar toch – voor u ligt, is het karakteristiek voor het laatste decennium: diverterend, maar serieus. Daar hebben wij als redactie steeds naar gestreefd en wij hebben het ook als een groot voordeel ervaren dat we voor een belangrijk deel waren aangewezen op spontaan toegestuurde kopij. Daarmee werd immers de inhoud al ruimer dan zij op grond van onze eigen kennis en onze netwerken geweest zou zijn, al hebben we ook ieder ons netwerk danig en met vrucht aangesproken. Los van de geheide publiekslievelingen – het puntige Redactioneel, De Vindplaats en…de Mutaties Rechterlijke Macht – is het ook de afwisseling geweest die lezers enthousiast maakte. Trema stimuleerde de interesse van lezers in ontwikkeling van het recht in brede zin. Voor alle bijdragen gold dat zij door de redactie geschikt zijn bevonden voor publicatie in Trema, ook wat de kwaliteit van de inhoud betrof.

In de loop van zijn bestaan is Trema opgeschoven van het mededelingenblad van (de leden van) de vereniging naar een blad met wetenschappelijke pretenties, wat overigens niet wil zeggen dat het lezen van Trema een must was voor wie op de hoogte van de ontwikkelingen in het vak wilde blijven. Wat was het dan wél?

De oude, schriftelijke vorm van Trema is bij beantwoording van die vraag van onmiskenbaar belang. Het is, zelfs voor de Mutaties Rechterlijke Macht, niet een blad dat uit noodzaak gelezen werd. Maar, zo hoorden wij vaak, als Trema was bezorgd en de tijd gevonden werd om het nummer door te bladeren, was er altijd wel wat interessants te vinden. Rechters of officieren die zelf aan het woord waren, persoonlijke reflecties of overzichtsstukken die op de praktijk van de rechterlijke macht inwerkten en tot nadere discussie aanzetten. Van detaillistische onderwerpen op het eigen terrein, tot de meer ‘exotische’ onderwerpen buiten het eigen gebied, zoals rond de in dit nummer genoemde en lang niet voor alle magistraten vertrouwde ‘bijzondere curator’, en een ongebruikelijke belichting van bekende onderwerpen zoals eeuweling Lindenbaum/Cohen. De twee aan dit arrest gewijde artikelen zijn als ‘bijvangst’ van een symposium ook karakteristiek voor Trema. Zo’n bijvangst is, we herhalen het, niet noodzakelijk om het vak bij te houden, maar biedt wel een mooie en voor veel lezers welkome verdieping van de vakkennis.

Waar onderzoekers uit de meta-juridische disciplines steeds weer in het voorwoord van gepubliceerde onderzoeksresultaten of bij het koffieapparaat aan collega’s binnen hun faculteit aangeven dat het fascinerend is te merken dat al die magistraten – ondanks kritiek in de media, extreme werklast en dergelijke – hun werk aanstekelijk leuk vinden, mag men ervan uitgaan dat verdieping en verbreding van de vakkennis onder magistraten principieel gewaardeerd wordt. Reacties van Tremalezers bevestigen deze hypothese. Omgekeerd blijkt dat auteurs het bij specifieke onderwerpen van groot belang vinden de rechterlijke macht op een eigen podium te kunnen toespreken. Trema bood een ingang naar een bijzondere doelgroep.

Onze auteursinstructie, of om het modern te zeggen: mission statement, sloot hier uitdrukkelijk bij aan: “Trema is het tijdschrift voor en over de rechterlijke macht. Belangrijkste doelgroep vormen de leden van de zittende en staande magistratuur en de ondersteuning van de gerechten en het openbaar ministerie. In Trema wordt aandacht besteed aan de rechtspleging, rechtspraktijk en rechtsontwikkeling, zowel wat de organisatie als geheel als wat de deelgebieden van de rechtspraak betreft. Praktische relevantie voor de doelgroep is daarbij de invalshoek.”

Het blad begon in februari 1978, als opvolger van het Mededelingenblad van de NVvR, dat eind jaren vijftig was gaan verschijnen. De gedachte ontstond dat het Mededelingenblad ook dienstbaar kon worden gemaakt aan andere doeleinden dan het doen van mededelingen. Die hebben het in de tijd dat Trema bestond, met als een van haar taken ‘het bevorderen van een goede, efficiënte, uniforme en begrijpelijke rechtspleging’ gewonnen van de functie van communicatiemiddel tussen de vereniging en haar leden. Die communicatie is uiteraard in de afgelopen decennia met de tijd mee ontwikkeld, met als sluitstuk een – tijdelijk weliswaar – compleet digitaal bestaan van Trema, als experiment, maar vooral als gevolg van zware bezuinigingen, waarmee de NVvR werd geconfronteerd.

De digitale Trema is veel lezers tegengevallen. Gelet op de rol die Trema speelde en hierboven werd beschreven – doorbladeren tot je oog op iets interessants valt – is dat begrijpelijk. Het heeft die functie niet in nieuwe vorm kunnen overleven. Terwijl in deze tijd de rechterlijke macht en de goede werking van de rechtsstaat internationaal, Europees, en zelfs in Nederland toenemend onder druk lijken te staan en het naar buiten treden met het verhaal van en visies op de rechterlijke macht aan relevantie wint, valt het doek voor Trema. Terug naar papier bleek onmogelijk. Tegen die achtergrond hebben wij afscheid moeten nemen van het blad dat door de voorgaande redacties en ons steeds met heel veel plezier gemaakt is en waar de lezers naar wij hopen nog meer plezier aan hebben beleefd.

De Tremaredactie en –secretarissen: Liesbeth van Binnebeke, Vincent van den Brink, Sietske Dijkstra, Evert-Jan Govaers, Herman van Harten, Jelte Hielkema, Carolien Huizing, Ralf van der Pijl, Leon Plas, Ard Schoep, Hans den Tonkelaar, Maarten Verhoeven, Richard Verkijk, Viktor Woeltjes.

Top