06 2018

Proefschrift

Het belang van ervaren procedurele rechtvaardigheid in de zittingszaal

In deze rubriek krijgt de auteur van een proefschrift de gelegenheid om uiteen te zetten welk belang het proefschrift heeft voor de rechtspraak (en waarom rechters het proefschrift moeten lezen!). Dit keer is dat mr. dr. H.A.M. Grootelaar, die op 25 mei 2018 cum laude promoveerde op het proefschrift ‘Interacting with Procedural Justice in Courts’. 

Het belang van ervaren procedurele rechtvaardigheid in de zittingszaal

Foto: schilderij van Pauline Phoa



Onlangs is het wetsvoorstel tot wijziging van de Grondwet aangenomen, waarbij een algemeen recht op een eerlijk proces door een onafhankelijke en onpartijdige rechter wordt opgenomen.*1 Dit wetsvoorstel benadrukt de fundamentele betekenis van een eerlijk proces in een democratische rechtsstaat en kan bijdragen aan het vertrouwen van burgers in de rechtspraak, aldus de Memorie van toelichting.*2 Maar wat moeten rechters doen om ervoor te zorgen dat een proces als eerlijk wordt ervaren door de betrokken rechtzoekenden? En hoe komt vertrouwen in de rechtspraak tot stand? In mijn proefschrift beantwoord ik deze vragen vanuit een sociaalpsychologisch perspectief.      

Ervaren procedurele rechtvaardigheid

Op de vraag wat een eerlijk proces behelst, geven sociaal psychologen meestal een ander antwoord dan juristen. Het gaat voor sociaal psychologen namelijk niet om de juridische waarborgen zoals bedoeld in artikel 6 EVRM waarmee een fair trial is omkleed. Als sociaal psychologen spreken over eerlijke procedures, dan gaat het om de vraag in hoeverre de procedures als eerlijk worden ervaren door hen die bij deze procedures betrokken zijn. Het gaat dus om een subjectieve perceptie: om eerlijkheid en rechtvaardigheid in the eye of the beholder. Ervaren procedurele rechtvaardigheid gaat dus over de manier waarop mensen zich behandeld voelen en over de vraag of zij de gevolgde procedures als eerlijk ervaren. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen wat er een bepaalde situatie objectief gebeurt (verleent de rechter bijvoorbeeld op zitting aan een rechtzoekende hoor en wederhoor), hoe die situatie door betrokkenen wordt waargenomen (vindt de rechtzoekende ook dat hij zijn mening kon geven en dat de rechter hier daadwerkelijk naar geluisterd heeft?) en de gevolgen daarvan (leidt de mate waarin de rechtzoekende zich eerlijk behandeld voelt bijvoorbeeld tot meer vertrouwen in de rechter?). Het Perceived Procedural Justice onderzoeksgebied is ontstaan in de Verenigde Staten in de jaren zeventig toen sociaal psycholoog John Thibaut en rechtswetenschapper Laurens Walker hun krachten bundelden en begonnen met een reeks laboratoriumexperimenten onder studenten, waarbij zij de mate waarin partijen controle hadden over de procedure manipuleerden.*3 Het meeste procedurele rechtvaardigheidsonderzoek dat sindsdien is uitgevoerd, heeft veelal betrekking op de legitimiteit en naleving van wetten en juridische autoriteiten in de Verenigde Staten.*4

Het gaat dus om een subjectieve perceptie: om eerlijkheid en rechtvaardigheid in the eye of the beholder.

Wat heb ik onderzocht?

In mijn proefschrift onderzoek ik wat het belang is van het sociaal psychologische concept ervaren procedurele rechtvaardigheid in de context van Nederlandse rechtbanken. Ik ben daarmee zeker niet de eerste Nederlandse rechtswetenschapper die gebruik maakt van deze sociaal psychologische inzichten.*5 Vernieuwend aan mijn promotieonderzoek is dat ik in verschillende studies (1) onder rechtzoekenden met echte problemen (2) direct na afloop van de zitting de relatie tussen ervaren procedurele rechtvaardigheid en (3) vertrouwen in de rechter en Nederlandse rechtspraak onderzoek, waarbij ik (4) bovendien het eigen perspectief van de rechter op ervaren procedurele rechtvaardigheid heb toegevoegd.

Ik heb het belang van ervaren procedurele rechtvaardigheid kritisch getoetst. Ik heb onderzocht of een eerlijke en rechtvaardige behandeling door de rechter er voor de rechtzoekenden werkelijk toe doet. Dit heb ik gedaan door het concept te onderzoeken in samenspel met andere zaken die óók een belangrijke rol spelen voor rechtzoekenden tijdens de procedure bij de rechtbank, zoals de vraag of zij van de rechter een gunstige of ongunstige uitspraak hebben ontvangen en de vraag wat er voor deze rechtzoekenden op het spel stond.

Voor dit proefschrift heb ik drie verschillende kwantitatieve empirische studies uitgevoerd. Twee daarvan heb ik uitgevoerd bij de rechtbank Midden-Nederland in vijf verschillende typen rechtszaken (Mulderzaken, huurrechtzaken, bestuursrechtzaken, politierechterzaken en Wsnp-zaken) en één studie heb ik uitgevoerd bij de vier Nederlandse gerechtshoven, waar de door mij onderzochte klagers een procedure op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering instelden. In alle drie de studies stond de veronderstelling centraal dat wanneer rechtzoekenden hun behandeling bij de rechter eerlijk vonden, zij eerder geneigd waren om de rechter te vertrouwen. Ervaren procedurele rechtvaardigheid heb ik gemeten door rechtzoekenden naar elf verschillende componenten van procedurele rechtvaardigheid te vragen zoals voice (“Ik kon mijn mening geven”), due consideration (“De rechter heeft naar mijn mening geluisterd”), respect (“Ik ben met respect behandeld”) en deskundigheid (“De rechter die mijn zaak behandelde, was deskundig”).

Ik heb onderzocht of een eerlijke en rechtvaardige behandeling door de rechter er voor de rechtzoekenden werkelijk toe doet.

In mijn derde studie heb ik ook rechters betrokken in mijn onderzoek. Voor deze studie heb ik zowel rechtzoekenden als rechters betrokken bij dezelfde zaak gevraagd om voorafgaand aan de zitting en direct na afloop van de zitting vragenlijsten in te vullen met verschillende stellingen die zij scoorden op een 7-puntsschaal (1 = geheel mee oneens, 7 = geheel mee eens). In de vragenlijst voorafgaand aan de zitting vroeg ik zowel rechtzoekenden als rechters naar het belang van de uitkomst (“Er staat in deze zaak veel voor mij op het spel” versus “Er staat voor eiser/gedaagde/verzoeker veel op het spel”). In de vragenlijst direct na afloop van de zitting vroeg ik zowel rechtzoekenden als rechters naar de door hen ontvangen procedurele rechtvaardigheid (waaronder “Ik ben eerlijk behandeld” en “Ik kon mijn mening geven”) en gegeven procedurele rechtvaardigheid (“Ik heb eiser/gedaagde/verzoeker eerlijk behandeld” en “Ik heb ervoor gezorgd dat eiser/gedaagde/verzoeker zijn mening kon geven”).

De bevindingen

Ervaren procedurele rechtvaardigheid doet ertoe
Uit alle drie de studies van dit proefschrift blijkt dat er sprake is van een significante positieve relatie tussen de ervaren procedurele rechtvaardigheid en vertrouwen in de rechter en andere juridische instituties zoals het Openbaar Ministerie. Dit betekent dat naarmate rechtzoekenden de gevolgde procedure en hun behandeling door de rechter als eerlijker ervaren, zij eerder geneigd waren deze rechter te vertrouwen. Ervaren procedurele rechtvaardigheid blijft bovendien sterk bijdragen aan het vertrouwensoordeel van rechtzoekenden wanneer zij uitkomsten ontvangen die zij ongunstig vinden (zoals een deel van rechtzoekenden bij de rechtbank heeft – zie Hoofdstuk 2) en wanneer zij een wantrouwende houding hebben tegenover strafrechtelijke instituties (zoals een groot deel van de artikel 12 Sv-klagers heeft – zie Hoofdstuk 3). Het helpt dus voor het vertrouwen van partijen in de rechter en de Nederlandse rechtspraak als rechters partijen op zitting het gevoel geven dat zij eerlijk en rechtvaardig worden behandeld.

Dit betekent dat naarmate rechtzoekenden de gevolgde procedure en hun behandeling door de rechter als eerlijker ervaren, zij eerder geneigd waren deze rechter te vertrouwen.

Maar hoe bereik je het?
Uit mijn derde onderzoek (zie Hoofdstuk 4) blijkt hoe lastig het is voor de “gever” van procedurele rechtvaardigheid, de rechter, om in te schatten wanneer een procedure als eerlijk voelt voor de “ontvanger”, de rechtzoekende. Dat is ook niet heel vreemd, want we hebben hier te maken met twee verschillende psychologische indrukken van dezelfde zitting: die van de rechter als expert en die van de rechtzoekende als leek. De antwoorden van rechters laten zien dat zij een meer algemene, overkoepelende inschatting van de door hun gegeven rechtvaardigheid geven, ongeacht de zaak waarin zij op dat moment betrokken zijn. Rechtzoekenden koppelen de door hun ontvangen rechtvaardigheid logischerwijs veel meer aan hun eigen specifieke zaak. Als de vraag werd gesteld wat er voor de rechtzoekenden op het spel stond, kwamen de antwoorden van rechters en rechtzoekenden meer overeen. Zo blijkt dat wanneer rechtzoekenden aangeven dat er voor hen veel op het spel staat, rechters het belang van de zaak ook als relatief belangrijk voor rechtzoekenden inschatten.

Het belang van de afzonderlijke procedurele rechtvaardigheidscomponenten
In mijn derde studie zoom ik in op het relatieve belang dat zowel rechters als rechtzoekenden hechten aan de elf procedurele rechtvaardigheidscomponenten. Op de vraag “Welke van deze elf componenten is volgens u in deze zaak het meest van belang?” gaven beiden andere antwoorden. Zo blijkt dat meer dan de helft van alle rechters van mening is dat de componenten voice en due consideration het belangrijkst zijn op zitting, terwijl de spreiding onder rechtzoekenden veel groter is. Zij achten het juist van belang dat de rechter hun zaak goed heeft voorbereid (12,6% vindt dat het belangrijkste component op zitting), terwijl relatief weinig rechters (5,3%) dat als belangrijkste component opschrijven. Als we deze antwoorden per type zaak bekijken, dan valt op dat relatief veel rechtzoekenden in Wsnp-zaken (17,1%) een respectvolle behandeling het belangrijkste vinden, terwijl maar 5,9% van de rechters in deze zaken dat component kiezen. Een andere discrepantie doet zich voor in het bestuursrecht. De meeste rechters daar (40%) vonden het daar belangrijk dat zij naar de mening van eiser hadden geluisterd. Slechts 1% van de rechters schatte de ervaren onpartijdigheid in als belangrijkste component ter zitting, terwijl toch 13,3% van de rechtzoekenden die het belangrijkste vond.

Op de vraag “Welke van elf componenten is volgens u in deze zaak het meest van belang?” gaven rechters en rechtzoekenden andere antwoorden.

Tot slot

Dit proefschrift laat met verschillende empirische studies zien onder welke omstandigheden een als eerlijk ervaren procedure leidt tot meer vertrouwen in de rechter, en welke factoren gerelateerd aan het type zaak (zoals het belang dat rechtzoekenden hechten aan de uitkomst) en de rechtzoekende (zoals hun proceservaring) deze relatie beïnvloeden.

Proefschrift: H.A.M. Grootelaar, Interacting with Procedural Justice in Courtshttp://dspace.library.uu.nl/handle/1874/364150 2018, ISBN 978-94-6182-876-7 (Promotoren K. van den Bos, P. Langbroek). 

Wet van 21-02-2018, Staatsblad. 2018, 88.

Tweede Kamer 2015/16, 34517, nr. 3 (Memorie van toelichting), p. 8.

J. Thibaut & L. Walker, Procedural justice. A psychological analysis. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Associates 1975.

Een van de meest bekende werken is T.R. Tyler, Why do people obey the law? Procedural justice, legitimacy, and compliance. New Haven: CT: Yale University Press 1990.

Denk aan het proefschrift van Janneke van der Linden over ervaren procedurele rechtvaardigheid tijdens de comparitie na antwoord, of aan het onderzoek van Bert Marseille naar procedurele rechtvaardigheid en de Nieuwe Zaaksbehandeling in het bestuursrecht. Zie J. van der Linden, De civiele zitting centraal: Informeren, afstemmen en schikken. Universiteit van Tilburg (diss.) 2010 en A.T. Marseille, B.W.N. de Waard, A. Tollenaar, P. Laskewitz, & C. Boxum, De praktijk van de Nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht. Den Haag: Ministerie van BZK 2015. Ook in de preadviezen van de NJV wordt meermaals over ervaren procedurele rechtvaardigheid gesproken. Zie R.H. de Bock, ‘Grip op kwaliteit. Een model voor inhoudelijke kwaliteit van rechterlijke beslissingen’, in: Kwaliteit als keuze in rechtspraak, wetgeving en rechtswetenschap. NJV Preadviezen 2015, Deventer: Wolters Kluwer 2015 en L.M. Coenraad, P. Ingelse, B.J. van Ettekoven, A.T. Marseille, J.H. Crijns, & R.S.B Kool, Afscheid van de klassieke procedure? NJV Preadviezen 2017. Deventer: Wolters Kluwer 2017.

Top