04 2018

Je gaat het pas zien als je het doorhebt

Waarom de huidige manier van schrijven automatisch tot ontoegankelijke uitspraken leidt

Rechterlijke uitspraken zijn lastig leesbaar voor niet-juristen. Dat komt voornamelijk door de manier waarop de teksten tot stand komen. Het gebruik van een argumentatieboom bij het raadkameren kan rechters en juridisch medewerkers helpen beter toegankelijke teksten te produceren.

Je gaat het pas zien als je het doorhebt

Gelukkig is de Rechtspraak inmiddels doordrongen van het belang van heldere uitspraken. Daarbij ligt de nadruk tot nu toe vooral op begrijpelijke taal: rechters moeten het jargon van zich afschudden en meer gaan schrijven zoals zij praten tijdens zitting. Dat helpt zeker. Maar zolang uitspraken vooral een weerslag zijn van de juridische ontdekkingstocht, blijven ze ontoegankelijk voor leken. Niet de rechter, maar bijvoorbeeld advocaten of journalisten kunnen dan bepalen wat lezers van een uitspraak onthouden. Dat zouden rechters niet moeten overlaten aan personen op wie zij zelf geen invloed hebben. Rechters kunnen alleen via hun uitspraak spreken als zij erin slagen om in de uitspraak zelf een vertaalslag te maken van de juridische conclusie naar een helder verhaal.

Ook viel me op dat uitspraken waar veel maatschappelijke verontwaardiging over was ontstaan, vaak een wat vreemde opbouw hadden.

Wat maakt uitspraken nou zo lastig leesbaar voor leken?

De afgelopen jaren las ik honderden rechterlijke uitspraken en voerde ik vele feedbackgesprekken met rechters en juridisch medewerkers.*1 Voorafgaand aan zo’n feedbackgesprek las ik de uitspraak, schreef ik opmerkingen bij de zinnen of passages die vragen bij mij opriepen, en herschreef ik talloze complexe juridische formuleringen tot wat ik dacht dat ze betekenden.

Vervolgens besprak ik mijn leeservaring met de schrijver(s). Uiteraard ging het in deze gesprekken veel over taal en stijl. Maar eigenlijk waren we daar ook wel snel over uitgepraat. De schrijvers bleken vaak goed in staat om in begrijpelijke taal uit te leggen wat ze met een bepaalde passage bedoelden. De heldere versie rolde bij wijze van spreken zó uit hun mond. Maar waarom dan zo moeilijk doen op papier als het blijkbaar ook veel gemakkelijker kan?

Met name de opbouw van uitspraken zorgde geregeld voor misverstanden. Ook viel me op dat uitspraken waar veel maatschappelijke verontwaardiging over was ontstaan, vaak een wat vreemde opbouw hadden. Zoals het vonnis dat na bijna twintig pagina’s tekst over het meer dan verdachte gedrag van verdachte ineens toch een vrijspraak bleek te zijn – een vonnis dat leest als een spannend boek met onverwachte plotwending.*2 En natuurlijk die verkeerszaak waarbij het oordeel van de rechtbank (taakstraf) de nabestaanden als een klap in het gezicht trof.*3 Of het arrest waarin het hof eerst zegt dat het alleen nog over de straf oordeelt, maar meteen daarna toch weer pagina’s lang alle feiten en omstandigheden opdiept.*4 Dat was toch een gepasseerd station?

Het lezen van een uitspraak geeft mij dikwijls het gevoel dat ik naar een wedstrijd zit te kijken van een sport die ik niet ken, zoals cricket of snooker. Op zich fascineert het me wel en als toeschouwer zie ik ook dat rechters precies weten wat ze doen, maar ik ken de spelregels niet en ik heb geen idee waar ik op moet letten. Daardoor kan ik het oordeel van de rechter dus ook niet goed controleren. Nu denkt u misschien: ‘Ja hoor eens, moeten we dan alles gaan uitleggen? Lezers kunnen zich toch ook inlezen in de materie als ze te maken krijgen met het recht?’ Als het gaat om jargon, kan ik daar nog enigszins in mee gaan: onbekende termen zijn op te zoeken, zeker als ze herkenbaar zijn als jargon. Maar onbekende regels kun je niet opzoeken. Want waar moet je beginnen?

Neem bijvoorbeeld de regel dat een veroordeling alleen gebaseerd kan zijn op één bewijsmiddel als dit een ijzersterk en objectief bewijsmiddel is. Wist ik écht niet. En bij verkeerszaken was het me eerst helemaal niet opgevallen dat het in het ene geval om een art. 5- en in het andere geval om een art. 6-veroordeling ging.*5 Ik kende dat onderscheid niet, laat staan dat ik wist hoe de rechter tot deze kwalificatie komt. Het was dan ook een openbaring voor mij toen iemand mij de regel vertelde: bij een art. 6-veroordeling heeft iemand én een grote fout gemaakt én zich niet gedragen zoals je van een verantwoordelijke verkeersdeelnemer mag verwachten. Op zich logisch, maar je moet het wel weten. Of, in de woorden van Johan Cruijff: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt.”

De angel zit in het schrijfproces, niet in de schrijfvaardigheid.

Hoe komt het dat rechters en juridisch medewerkers vaak zo onbegrijpelijk schrijven?

Dat uitspraken voor lezers van buiten vaak lastig leesbaar zijn, komt niet doordat rechters en juridisch medewerkers niet kunnen schrijven. Zij produceren voor leken ontoegankelijke teksten, omdat die nu eenmaal zo uit het werkproces rollen. Dat proces verloopt over het algemeen als volgt. De juridisch medewerker maakt aantekeningen tijdens het raadkameren en werkt deze uit tot een concept. Dat concept wordt vervolgens door één of meerdere rechters geredigeerd. Dit lijkt wellicht een efficiënte manier van werken, maar dat is het niet.

Vergelijk deze manier van werken eens met de werkwijze van een architect. Er gaan heel wat stappen vooraf aan het moment dat een architect zijn*6 definitief ontwerp oplevert. Uiteraard verdiept hij zich eerst in zaken als het bestemmingsplan, de omgeving en andere belangrijke uitgangspunten, zodat hij een idee heeft van de mogelijkheden. Vervolgens gaat hij met zijn klanten om de tafel om hun wensen helder te krijgen. Op basis van die wensen maakt hij een paar schetsen, die hij aan zijn klanten voorlegt. Pas als zij akkoord zijn met de grove contouren, werkt hij het ontwerp tot in detail uit. Dat ontwerp slijpt hij ten slotte fijn, totdat iedereen honderd procent tevreden is.

Het is ondenkbaar dat een architect meteen al een gedetailleerd ontwerp neerlegt bij zijn klanten, want dat zou risicovol en dus inefficiënt zijn. Als hij de wensen van de klanten niet kent en ook niet weet wat hen in grote lijnen qua ontwerp aanspreekt, kan het zomaar zijn dat hij een klassieke notariswoning ontwerpt terwijl zijn klanten een moderne bungalow verwachten. In dat geval is al zijn werk voor niets geweest en kan hij helemaal opnieuw beginnen. Hoewel, waarschijnlijk zitten zijn klanten dan allang bij een andere architect.

In haar artikel ‘Vaktaal en incrowd’ uit het eerste Trema-nummer van 2018, schrijft Marijke Malsch terecht: “Het gaat niet alleen om taal, maar ook om informatie.” Zij concludeert dat helderder taal in rechterlijke uitspraken tot op grote hoogte kán, maar dat er nog een hoge praktische drempel moet worden genomen.*7 Voorzichtig oppert zij in haar artikel dat de huidige manier van schrijven een deel van die drempel vormt, ingegeven door de behoefte aan houvast bij juridisch medewerkers en de hoge werkdruk. Wat mij betreft slaat Marijke Malsch hier de spijker op zijn kop: de angel zit in het schrijfproces, niet in de schrijfvaardigheid.

Hoe komen schrijvers tot heldere teksten?

Schrijven is in zekere zin vergelijkbaar met het werk van een architect. Een tekst heeft tenslotte ook wel iets weg van een huis: het fundament moet goed zijn, het ontwerp op maat van de lezer gesneden zijn, de onderdelen moeten allemaal logisch in elkaar passen, en alle details moeten kloppen. Om een goede tekst te kunnen schrijven, moet je dan ook grofweg vijf stappen doorlopen: analyseren, filteren, structureren, concept schrijven en tot slot redigeren.

In het hieronder opgenomen model is te zien dat deze stappen elkaar logisch opvolgen, maar dat de schrijver ook altijd terug kan gaan naar een eerdere stap als dat nodig is. Goede schrijvers beschouwen voortdurend van een afstandje (vanuit helikopterview) wat ze aan het doen zijn.

schrijfproces-1.jpg#asset:1563

Om tot een heldere tekst te komen, moet de schrijver de informatie in zijn expertisewereld eerst analyseren om helder te krijgen wat hij nu eigenlijk vindt en waarom. In die expertisewereld zijn veel denkstappen zo geautomatiseerd dat de expert vaak helemaal niet meer bewust registreert wat hij precies doet.*8 Hij weet dat hij de juiste beslissingen neemt, maar het kost vaak moeite om te benoemen op basis van welke regels hij dat doet. Vergelijk dit met het spreken van de moedertaal. We weten direct dat ‘een meisje die daar loopt’ grammaticaal niet correct is, maar moeten even goed nadenken om te kunnen uitleggen waarom. Pas als je zelf heel goed begrijpt hoe het zit, kun je je denkstappen expliciteren en precies de uitleg geven die je lezer nodig heeft om tot dezelfde conclusie te komen als jij.

Pas als je zelf heel goed begrijpt hoe het zit, kun je je denkstappen expliciteren en precies de uitleg geven die je lezer nodig heeft om tot dezelfde conclusie te komen als jij.

De volgende stap is om alle kennis en bevindingen goed te filteren. Welke informatie de schrijver al dan niet opneemt in de tekst, hangt af van de vraag wat hij aan de lezer wil vertellen en met welk doel. Daarna is het zaak om te structureren; de schrijver moet zijn verhaal zo opbouwen dat zijn lezer dit als logisch en acceptabel ervaart. De vragen van de lezer vormen daarvoor het uitgangspunt. Pas als de schrijver de structuur helder heeft, kan hij zijn concept schrijven. Daarbij schrijft hij zijn verhaal op alsof de lezer voor hem staat en hij het aan de lezer vertelt. Tot slot kan de schrijver zijn tekst (laten) redigeren.*9 Spelfouten en storende herhalingen leiden de lezer af, dus die moeten eruit. Ook kan de schrijver de structuur in de redactiefase nog verder verduidelijken, door kopjes toe te voegen en deze zo specifiek mogelijk te formuleren. Tot slot is het belangrijk om te checken of de toon van de tekst geen negatieve aandacht vangt. Als lezers zich niet op de juiste manier aangesproken voelen, haken ze namelijk al snel af. Te complexe taal is daarbij net zo storend als te simpele taal.*10

Voor helder schrijven is het dus cruciaal dat de schrijver een goede vertaalslag maakt van zijn eigen expertisewereld naar de wereld van de lezer. Schrijven is niet zozeer de waarheid vinden, maar deze presenteren, in de woorden van linguïst en Harvardprofessor Steven Pinker:*11

The truth can be known, and is not the same as the language that reveals it; prose is a window onto the world. The writer knows the truth before putting it into words; he is not using the occasion of writing to sort out what he thinks. Nor does the writer of classic prose have to argue for the truth; he just needs to present it.

Natuurlijk is het niet verboden om eerst de gedachten in een tekst te vervatten om helderheid te krijgen. Schrijven kan een inscherpende werking hebben, zoals een rechter ooit zo mooi tegen mij zei. Maar de tekst die daaruit voortkomt, is onderdeel van de analyse, en uitdrukkelijk niet bedoeld voor een andere lezer dan de schrijver zelf.*12 Veel rechterlijke uitspraken lijken precies dat te zijn: pure denkteksten,*13 teksten waarin de schrijver zelf nog op zoek is naar de juiste beslissing en helemaal niet bezig is met een lezer van buiten de eigen expertisewereld.

Dat kan ook niet anders gezien de manier waarop een rechterlijke uitspraak tot stand komt. Tijdens het raadkameren maakt de juridisch medewerker aantekeningen, die hij vervolgens uitwerkt tot een conceptuitspraak. Daarbij slaat hij de schrijfstappen ‘analyseren’, ‘filteren’ en ‘structureren’ over: de lezer is slechts toeschouwer van het onderzoeksproces van de rechter. Het is dus niet vreemd dat veel lezers de verkeerde informatie uit zo’n tekst halen, of al na een paar alinea’s afhaken. Zij worstelen zich door allerlei informatie die bij nader inzien irrelevant blijkt te zijn, moeten zelf op zoek naar de belangrijkste boodschap, zelf de hoofd- en bijzaken scheiden en uiteindelijk dus ook zelf een reconstructie maken van het verhaal dat ze denken te hebben gelezen. Knappe lezer die dat voor elkaar krijgt.

Misschien wekt het bevreemding om te zeggen dat de juridisch medewerker de stap ‘analyseren’ overslaat. Want dat is toch juist wat raadkameren inhoudt? Klopt, maar het doel van de raadkameranalyse is om de juridische puzzel op te lossen. De manier waarop de uitkomst daarvan het beste aan de buitenwereld kan worden gepresenteerd, wordt meestal niet besproken. Terwijl juist óók de vertaling van het juridische oordeel naar een heldere tekst een plek moet krijgen in de raadkamer.

Waarom samen de inhoud en de opbouw van de uitspraak bepalen?

Het heeft verschillende voordelen om tijdens het raadkameren tijd en aandacht te besteden aan de inhoud en de opbouw van de uitspraak. Om te beginnen krijgt de rechter daardoor meer regie over hoe uitspraken ‘landen’ bij betrokkenen of het algemene publiek. Wat moet de belangrijkste boodschap van de uitspraak zijn? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook buitenstaanders het oordeel begrijpen? Welke woorden gebruiken we wel en welke juist niet? Typisch vragen waarover alle schrijvers samen moeten nadenken, niet alleen de juridisch medewerker. Sterker nog: een uitspraak is uiteindelijk het verhaal van de rechter, en deze moet dus bij uitstek kunnen (mee)bepalen hoe hij dat wil vertellen. De raadkamer is het uitgelezen moment om de communicatiestrategie te bepalen, omdat iedereen op dat moment de details van de zaak, het verloop van de zitting en de houding van de partijen nog scherp voor ogen heeft. Bovendien is het in raadkamer mogelijk om de denkkracht en ervaring van alle betrokkenen te benutten.

Raadkameren over de tekst tot betere teksten leidt.

Een tweede voordeel is dat raadkameren over de tekst tot betere teksten leidt. De afgelopen jaren heb ik veel denkteksten besproken met de schrijvers ervan. Tijdens de feedbackgesprekken doorliepen we de stappen analyseren, filteren en structureren dan alsnog.

Dit kostte ons meestal minder dan een half uur. Het resultaat was een redenering die niet alleen voor mij als buitenstaander glashelder was, maar ook juridisch stond als een huis. Verschillende rechters en juridisch medewerkers verzuchtten na afloop: ‘Als ik dit van tevoren had gedaan, had ik een totaal andere tekst geschreven.’ Een kortere tekst welteverstaan, die voor elke lezer gemakkelijker te lezen was geweest. Een uitspraak die ook aan buitenstaanders direct duidelijk had gemaakt dat het oordeel van de rechter logisch is, omdat er nu wél in te lezen valt welke regels de rechter heeft gevolgd en welke omstandigheden hij op welke manier heeft meegewogen. Een uitspraak met communicatieve kracht.

En tot slot kan deze tijdsinvestering aan de voorkant tijd opleveren, hoe tegenstrijdig dit ook lijkt. Het scheelt nu eenmaal tijd als een uitspraak de vragen van lezers al beantwoordt en de persrechter dus niet al te veel werk meer heeft na afloop. Verder gaat het schrijven zelf sneller als de juridisch medewerker gericht kan schrijven en is de rechter dan veel minder tijd kwijt aan de eindredactie. Een uitgewerkte tekst controleren op inhoud en structuur kost namelijk veel tijd en energie, zeker als het een denktekst betreft. Komt de rechter tijdens de eindredactie tot de conclusie dat hij grote wijzigingen wil doorvoeren, dan betekent dit veel extra werk voor hemzelf én voor de juridisch medewerker. Omdat er geen tijd is om helemaal opnieuw te beginnen, sleutelen zij dan samen net zo lang aan het concept totdat er een min of meer acceptabel resultaat is bereikt. Dit is een arbeidsintensief en frustrerend proces, zowel voor de juridisch medewerker als voor de rechter.

Hoe zou het schrijfproces er in de praktijk uit kunnen zien?*14

Om van het juridisch oordeel tot een heldere tekst te komen, is het handig om de eigen redenering allereerst goed te analyseren. Daarvoor is de argumentatieboom een handig hulpmiddel.*15 Tijdens de feedbackgesprekken gebruikte ik daar post-its voor. Het is handig om ze op de muur te plakken zodat iedereen de denklijn van een afstandje kan beoordelen. Ook kun je gemakkelijk met de argumenten schuiven en verschillende mogelijkheden uitproberen, wat het denkproces op een prettige manier ondersteunt.*16

Hierna ziet u een voorbeeld van zo’n argumentatieboom in post-its, die ik losjes heb gebaseerd op de redeneerlijn in een op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraak.

argumentatieboom-in-post-its-1.jpg#asset:1570

Bij het ‘bomen’ is het zaak om de losse elementen van de redenering op de juiste manier naast en onder elkaar te hangen. Van boven naar beneden moet je tussen de post-its altijd ‘want’ kunnen lezen (bij onderschikkende argumenten). Zijn argumenten samen één argument (nevenschikkend), dan lees je er ‘en’ tussen. Tussen losse argumenten zou je ‘bovendien’ kunnen lezen (bij meervoudige argumentatie). Omgekeerd moet de boom van onder naar boven in een ‘dus’-lijn te lezen zijn. Door van beide kanten te lezen, is het mogelijk te controleren of de boom logisch is. Deze boom kun je dus op twee manieren lezen (zie kader hierna).

Want-lijn
‘Verdachte moet worden vrijgesproken, want er is alleen een Y-chromosomale DNA-match en die heeft minder bewijskracht dan een normale DNA-match. Deze match heeft minder bewijskracht, want een Y-chromosomale DNA-match is niet uniek, want mannen uit dezelfde familie hebben allemaal datzelfde Y-chromosomaal DNA en ook niet-verwanten kunnen datzelfde Y-chromosomaal DNA hebben. Bovendien is er onvoldoende ander bewijs, want het signalement is niet onderscheidend, want er zijn meer mannen die aan het signalement voldoen. Ook bewijst het niet dat verdachte in de buurt woont.’

Dus-lijn
‘Mannen uit dezelfde familie hebben allemaal hetzelfde Y-chromosomaal DNA. Bovendien kunnen ook niet-verwanten datzelfde Y-chromosomaal DNA hebben. Dus is een Y-chromosomale DNA-match niet uniek. Dus heeft een Y-chromosomale DNA-match minder bewijskracht dan een “normale” DNA-match en omdat er alleen zo’n chromosomale DNA-match is en er onvoldoende ander bewijs is,*17 moet er vrijspraak volgen.’

Deze tekstjes zijn natuurlijk niet prettig om te lezen, maar geven wel weer hoe de argumenten zich tot elkaar verhouden. Een belangrijk voordeel van zo’n argumentatieboom maken, is dat deze zichtbaar maakt waar nog denkstappen ontbreken. Op het moment dat we een redenering opschrijven, blijft een deel van die redenering namelijk gemakkelijk impliciet: er zijn dan vaak verzwegen argumenten. Een voorbeeld van zo’n verzwegen argument:

Binnenkort zullen er minder mensen appen op de fiets, want de boete voor appen op de fiets is verhoogd naar € 150,= (en een verhoging van de boete leidt tot een afname van het aantal overtreders).

Ook standpunten worden nog wel eens verzwegen, zoals in het volgende tekstje:

Kinderen worden steeds brutaler. Als ouders weer eens grenzen zouden stellen, zouden kinderen zich wel gedragen (dus ouders stellen nooit een grens).

Is het u opgevallen dat er in de post-it-boom van het DNA-voorbeeld ook twee denkstappen ontbraken? Hierna ziet u een grafische weergave van dezelfde argumentatieboom, maar dan nu met de impliciet gebleven stappen erbij (in het grijs).

Je gaat het pas zien als je het doorhebt

Schrijvers laten vaak argumenten weg omdat ze denken dat ze bekend zijn bij de lezer én dat de lezer het eens is met die weggelaten argumenten. Bovendien hebben experts vaak last van de vloek van de kennis:*18 als je eenmaal iets weet, kun je je niet voorstellen dat een ander dat niet weet. Vaak komt het weglaten voort uit het nobele streven om kort en bondig te schrijven en daarom laat je voor jou vanzelfsprekende informatie weg. Maar daarmee maak je de redenering minder controleerbaar voor lezers van buiten. Op het moment dat je een argumentatieboom maakt, is de kans kleiner dat je onbewust een denkstap overslaat of cruciale informatie weglaat.

Experts hebben vaak last van de vloek van de kennis: als je eenmaal iets weet, kun je je niet voorstellen dat een ander dat niet weet.

De argumentatieboom is nog geen tekstopzet, maar wel een noodzakelijke stap om tot zo’n heldere tekstopzet te komen. Bij strafrechtuitspraken kan het bovendien zijn dat er verschillende boompjes moeten worden gemaakt. Niet alleen van de bewezenverklaring, maar ook van de strafmotivering. En uitspraken kunnen nog meer redeneerlijnen bevatten, zoals over de ontvankelijkheid van het OM, of de noodzaak voor psychologisch onderzoek.

Zodra de redeneringen eenmaal helder zijn, is het ineens een stuk gemakkelijker om de rest van de informatie te filteren. Wat is volgens rechters en juridisch medewerkers het verhaal van deze uitspraak? Wat moet de lezer ervan onthouden? Liever niet dat iemand is weggekomen met moord lijkt me, of dat liegen loont. Maar misschien wel dat er zonder misdrijf geen dader is. Of dat mensen moeten worden vrijgesproken als er redelijke twijfel is.

Daarna komt de stap naar structureren. Ook daarbij is de lezer het uitgangspunt: welke vragen heeft de beoogde lezer als hij het verhaal leest? Aan welke aspecten moet nog extra aandacht worden besteed? Bij sommige zaken is het bijvoorbeeld belangrijk om eerst stil te staan bij de heftige emoties die de zaak heeft veroorzaakt. Of moet duidelijk worden gemaakt welke taak de rechter precies heeft (niet alles opnieuw bekijken, maar alleen dit onderdeel), of over welke vraag de rechter zich moet buigen (niet hoe erg het is wat er is gebeurd, maar of degene die het ongeluk heeft veroorzaakt ook straf verdient). Vaak is er ook extra uitleg nodig over de juridische regels. De redeneringen zelf zijn het prettigst leesbaar in de want-lijn, met de belangrijkste informatie voorop. Daarvoor kunnen de argumentatiebomen dus model staan.

Als de juridisch medewerker vervolgens een concept schrijft, is dat meestal al meteen goed leesbaar. De opbouw sluit namelijk aan bij de vragen van de lezer, en er staan weinig ingewikkelde zinnen in de tekst. De rechter hoeft dan alleen nog de puntjes op de i te zetten als hij de tekst redigeert.

Tot slot

Natuurlijk, schrijven blijft soms een worsteling. Zeker als je veel kennis hebt over een onderwerp en niet goed weet waar je moet beginnen. Ook ik heb bij het schrijven van dit artikel een moeizaam proces doorgemaakt. Maar als het goed is, hebt u daar als lezer niets van gemerkt.

Argumentatiebomen in de praktijk

Meta Vaandrager, senior strafrechter bij de rechtbank Amsterdam 

Tijdens het WIEB-project (Wat Ik Eigenlijk Bedoel) bespraken wij de feedback van Geerke op onze vonnissen altijd in het teamoverleg. Verschillende collega’s hadden tijdens een feedbackgesprek met Geerke een argumentatieboom gemaakt van een eigen vonnis. Dat had in veel gevallen tot meer inzicht geleid. Geerke dacht dat het handig zou kunnen zijn om tijdens raadkameren al een argumentatieboom te maken, maar wist dat niet zeker. Daarom vroeg zij of er een combi bereid was de methodiek in de praktijk uit te proberen. Dat wilde ik wel. Samen met mijn collega’s Pedram Farahani, Jeannette Jongkind en Floris van Lier besloot ik het experiment aan te gaan.

We kozen ervoor om de argumentatieboom toe te passen tijdens een meervoudige kamer met drie zaken. Over de juridische beslissing raadkamerden wij zoals altijd. Maar op het moment dat wij het over de juridische inhoud eens waren, ging het raadkameren over die zaak door. Een van ons stond voor de groep en schreef de argumenten op post-its. Samen bouwden wij daarmee onze redenering op. We schoven met de argumenten om tot de juiste structuur te komen en bekeken kritisch of we geen stappen misten. Dat was nuttig, want het maakte dat we boven de materie uitstegen en ons oordeel op een niet-juridische manier goed konden uitleggen. Bovendien versterkte het de teamgeest dat we samen tot een verhaal kwamen waar we allemaal achter stonden. Het resultaat was een soort ultrakorte samenvatting van ons vonnis in de vorm van een argumentatieboom.

Met een foto van die boom erbij had de juridisch medewerker het conceptvonnis snel op papier, want er waren geen losse eindjes. Ook de eindredactie ging vlot; er stonden immers geen discussies in de zijlijn. Wel duurde het raadkameren zelf een stuk langer. Maar dat kan er ook mee te maken hebben dat wij voor het eerst met zo’n argumentatieboom werkten. Met meer ervaring moet dat sneller kunnen gaan. De extra tijd die nodig was in raadkamer werd echter ruimschoots goed gemaakt doordat het schrijven en redigeren van de conceptvonnissen veel sneller ging. Bovendien voelde het schrijven van het vonnis nu veel meer als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Ook als het niet lukt om tijdens het raadkameren samen een argumentatieboom te maken, kan het handig zijn om zo’n boom te maken voordat de juridisch medewerker gaat schrijven. In een andere zaak maakte ik na een raadkamer (als voorzitter) zelf een argumentatieboom. Die mailde ik vervolgens rond aan mijn collega’s met de vraag of zij zich in de redenering konden vinden. Dat bleek zo te zijn. Ik zag dat de juridisch medewerker het vonnis uitschreef met de argumentatieboom ernaast. Dat vond hij prettig werken, omdat de redenering zo helder was. Het is dus niet alleen fijn voor lezers als wij met argumentatiebomen werken, maar ook voor onszelf.

Sinds 2014 geef ik lezingen en workshops over heldere taal in uitspraken, bij allerlei gerechten. Sinds 2016 kunnen de rechters van de rechtbank Midden-Nederland zich opgeven voor mijn intervisievorm. En sinds 2017 ben ik als taalcoach verbonden aan de rechtbank Amsterdam, eerst bij bestuursrecht en daarna bij strafrecht. Ik ben alle rechters en juridisch medewerkers dankbaar voor de mooie gesprekken die het mij mogelijk maakten steeds beter te begrijpen wat ze ervan weerhoudt om helder te schrijven.

Rb. Midden-Nederland 12 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:509.

Rb. Limburg 21 november 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:10041. Over deze uitspraak schreef ik het artikel ‘En toen vloog er een stoel door de rechtszaal. De communicatieve functie van uitspraken’, NJB 2015/679 (www.njb.nl/blog/en-toen-vloog-er-een-stoel-door-de-rechtszaal-de.15187.lynkx).

Hof ’s-Hertogenbosch 31 januari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:345.

Voor de niet-strafjuristen onder u: het verschil tussen gevaarlijk rijgedrag en dood door schuld.

Natuurlijk kan een architect ook een vrouw zijn, maar omwille van de leesbaarheid kies ik in dit artikel voor de mannelijke vorm als ik in zijn algemeenheid naar personen verwijs. Overal waar u in die gevallen ‘hij’ of ‘zijn’ leest, kunt u vanzelfsprekend ook ‘zij’ of ‘haar’ lezen.

Overigens wil ik hierbij graag opmerken dat Malsch mijn woorden onjuist weergeeft in haar artikel. Ik zou hebben gesteld dat het niet meer gebruiken van het woord ‘onderhavig’ een enorme stap is, maar dat is niet het geval. Ik gebruikte het woord ‘onderhavig’ slechts als voorbeeld. Letterlijk schreef ik: “Tot slot valt op dat de uitspraken nieuwe stijl minder jargon bevatten. Zo kom ik het woord ‘onderhavig’ niet meer tegen, toch echt een ‘usual suspect’ in rechterlijke uitspraken. Blijkbaar heeft de Afdeling bepaalde juridische termen in de ban gedaan, wat de teksten een stuk toegankelijker maakt voor niet-juristen. Dat is een enorme stap, die sommige juristen ongetwijfeld pijn doet.”

In het boek Intuïtie uit 2005 beschrijft Malcolm Gladwell hoe intuïtief besluitvorming in de praktijk gaat.

Graag wil ik rechter André Verburg, juridisch medewerker Mieke Hermus en mijn collega Henriëtte Houët bedanken voor hun rake opmerkingen bij een eerdere versie van deze tekst.

Lees ook F. Schulz von Thun, Hoe bedoelt u? Een psychologische analyse van menselijke communicatie, Groningen: Wolters-Noordhoff 1982.

Uit S. Pinker, The sense of style. The thinking person’s guide to writing in the 21st century, London: Allen Lane 2014, p. 29. Hoewel Pinker hier strikt genomen schrijft over proza, vind ik het citaat ook toepasselijk voor betogende teksten zoals rechterlijke uitspraken.

Zelf schrijf ik ook wel eens denkteksten. Die beschouw ik alleen niet als een conceptversie van de uiteindelijke tekst.

Samen met Margriet de Groot betoogde ik in 2014 dat juristen vooral moeten stoppen met het schrijven van denkteksten. Bron: ‘Alleen jip-en-janneketaal is niet de oplossing’, blog NJB 26 maart 2014.

Graag wil ik Meta Vaandrager, Pedram Farahani, Jeannette Jongkind en Floris van Lier van de rechtbank Amsterdam ervoor bedanken dat zij mijn ideeën in hun werkpraktijk wilden uitproberen.

Bron: F.H. van Eemeren, R. Grootendorst & A.F. Snoeck Henkemans, Argumentatie: inleiding in het analyseren, beoordelen en houden van betogen, Groningen: Wolters-Noordhoff 1995.

Tegelijkertijd is een middel geen doel op zich. Elke manier om de redenering op een flexibele manier voor alle deelnemers visueel te maken is natuurlijk prima.

Hier zou je weer de want-lijn in willen duiken. Van boven naar beneden (de want-lijn) is het
altijd mogelijk om alle informatie aan elkaar te koppelen, maar met de dus-lijn kun je slechts
één tak van de redenering tegelijk controleren.

Dan Heath en Chip Heath noemen de vloek van de kennis in hun boek De plakfactor (Amsterdam: Lev. 2009). En ook Steven Pinker noemt de vloek van de kennis als belangrijke oorzaak van onbegrijpelijke teksten.

Top