01 2018

De Vindplaats

Mishandeling, belediging en poging tot vergiftiging in Krommenie


In de rechtspraak worden grote en kleine zaken berecht die vaak nauw verbonden zijn met de plaats van handeling. In de rubriek ‘De Vindplaats’ keren leden van onze redactie of gastschrijvers terug naar de plaats van handeling in een soms meer, soms minder geruchtmakende zaak. Foto’s tonen de vindplaats en een toelichting memoreert de rechtszaak.

Mishandeling, belediging en poging tot vergiftiging in Krommenie

Krommenie, 1892. Het is november als het echtpaar Van Wermeskerken-Junius en hun zonen Henri en Maurits vanuit Kralingen bij Rotterdam verhuizen naar het Noordeinde – tegenwoordig: Noorderhoofdstraat – in Krommenie. Naar een typisch Zaans huis, gebouwd in 1786, liggend aan de rand van Krommenie, vlak bij de Nederlands Hervormde Nicolaaskerk en niet ver van de Noordervaartdijk. Het middenstuk van het huis is voorzien van een rijk bewerkte houten gevel, groen met wit geschilderd.


Notaris

Johan van Wermeskerken is kort voor de verhuizing tot notaris benoemd en gaat kantoor houden aan huis. Het pand is er groot genoeg voor (later, als het gezin er allang niet meer woont, wordt het huis gesplitst in twee woningen). Rechts van de voordeur, in het midden van het pand, is Johans werkkamer. Daarnaast een wachtruimte en een klerkenkamer. De cliënten komen binnen door de grote voordeur. De bewoners zelf lopen meestal achterom. Boven is de echtelijke slaapkamer, het plafond gedecoreerd met geschilderde bloemen, vruchten en klimopranden. Zonen Henri en Maurits, 10 en 7 jaar oud, hebben hier ook hun kamers. Het verblijf als gezin is van korte duur. Na drie jaar verlaat Sophie van Wermeskerken-Junius het pand en keert er niet meer terug.


Hoofdredactrice

Bijzonder voor die tijd is dat niet alleen Johan, maar ook zijn vrouw Sophie kantoor houdt in het pand aan het Noordeinde. Sophie, geboren op 23 november 1853 als domineesdochter in Tiel, publiceert als zij begin 20 is haar eerste verhalen. Op haar 25ste verschijnt Haar roeping getrouw (1879), haar eerste roman, waarin zij haar hoofdpersoon laat zeggen:

Mocht ieder meisje, dat huwt en waarlijk haar man gelukkig wil maken, toch begrijpen dat er niets van haar gevergd wordt dan dat zij vrouw zij in den schoonsten zin van het woord, een waarachtige vrouw en moeder.

Sophie verheerlijkt, ook in haar latere boeken, het huwelijk en ziet het moederschap als de hoogste bestemming van de vrouw. In een boek met de titel De Schoonste gaven der Vrouw (1898) houdt zij haar lezeressen voor dat de vrouw vijf plichten heeft: “behaagen, voeden, kleeden, orde houden en onderrichten”. In 1880 trouwt zij met Johan van Wermeskerken. Ook na haar huwelijk en na de geboorte van haar kinderen blijft zij schrijven. In 1888 verschijnt haar grootste bestseller Hollandsch Binnenhuisje. Een jaar later wordt zij benoemd tot hoofdredactrice van De Hollandsche Lelie, Weekblad voor jonge dames. Het blad is later Eva gaan heten en bestaat tot op de dag van vandaag onder de naam Viva. De redactie voert Sophie vanuit huis. Zij schrijft het hoofdredactionele commentaar, andere artikelen en beantwoordt brieven van lezeressen. In 1893 worden Sophies literaire inspanningen beloond met het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, die inmiddels ook vrouwen in haar gelederen toelaat.

Is volgens Sophie het huwelijk de ware bestemming van de vrouw, haar eigen echtverbintenis met Johan kent weinig geluk.


Scheiding

Is volgens Sophie het huwelijk de ware bestemming van de vrouw, haar eigen echtverbintenis met Johan kent weinig geluk. In december 1893 laat Sophie Johan dagvaarden voor de rechtbank Haarlem. Zij wil scheiden van tafel en bed. In die tijd moet de aanvrager bewijzen dat er voldoende redenen zijn om te scheiden, zodat alle huiselijke ellende tot in de details in de processtukken terechtkomt. Sophie voert aan dat Johan haar mishandelt en haar daarbij zwaar en gevaarlijk heeft verwond. Hij heeft, bijvoorbeeld, een bierglas naar haar hoofd gegooid. Verder slaat hij haar zowel met de vuist als met een ijzeren sleutel, en heeft hij geprobeerd haar te wurgen. Ook geestelijk wordt zij door Johan mishandeld. Hij dreigt haar te doden en scheldt haar voortdurend uit. Volgens het verzoekschrift dat mr. F.W. van Limburg Styrum, Sophies advocaat, heeft opgesteld noemt Johan haar “hoer”, “vuil varken” en “gemeen dier”. Tot een scheiding komt het niet. Sophie trekt de zaak diezelfde maand weer in. Omdat zij zich heeft laten overhalen door Johans smeekbeden, zoals zij later meldt.


Vijandig

Thuis komt het niet meer goed. Vanaf 1894 is Sophie nog maar weinig in Krommenie. Zij logeert vaak in Het Gooi en verblijft af en toe in een herstellingsoord. De redactie van de Hollandsche Lelie wordt dan tijdelijk door een ander waargenomen. In de vroege herfst van 1895 keert Sophie terug in Krommenie. Om het huwelijk nog een kans te geven, of omdat zij bang is haar kinderen te verliezen? In die tijd is de man het hoofd van het gezin en heeft de vrouw beduidend minder rechten. Sophie lijkt zich dat te realiseren als zij in haar weekblad schrijft:

De wet is de vrouw vijandig. Vergrijpen, die zwaar worden gestraft, als zij worden gepleegd door den éénen mensch op den anderen, als mishandeling, berooving van eigendom, enz. mogen door den man op de vrouw vrij worden gepleegd; daarom is het de plicht van alle ouders, eer het huwelijk wordt voltrokken, hunne dochter zooveel mogelijk te beveiligen door de middelen, die iedere rechtsgeleerde hun zal kunnen aanwijzen.

Aangifte

In oktober 1895 neemt Johan het initiatief tot een scheiding. In het verzoekschrift verwijt hij Sophie dat zij een stuk lood naar zijn hoofd heeft gegooid, heeft gedreigd zijn minuten – de notariële aktes – te vernietigen en “aan die bedreigingen reeds een begin van uitvoering heeft gegeven door (...) de deur van zijn kantoor open te breken of in te trappen of te doen openbreken of intrappen”. Verder beledigt zij hem door hem “sluipmoordenaar”, “moordenaar” en “ellendeling” te noemen. De rechtbank roept Johan en Sophie op om in november te verschijnen. Maar voordat het zover is, wordt er in het bier en de jenever voor Johan een giftige stof gevonden. Johan tijgt naar de burgemeester van Krommenie, tevens hulpofficier van justitie, om aangifte te doen. Sophie zou geprobeerd hebben hem te vergiftigen. De burgemeester laat een kistje met flesjes in beslag nemen voor onderzoek door twee apothekers. Sophie moet voor de rechter-commissaris mr. ’t Hooft verschijnen om te worden gehoord over de poging tot vergiftiging. Per trein reist zij naar de rechtbank in Haarlem. Een kennelijk vooruitziende blik zorgt ervoor dat zij een koffertje meeneemt met wat kleren, wat werk en iets te lezen.

Als de rechter-commissaris haar vertelt welke stof er in Johans drank is gevonden, veert ze op. “Dat is geen vergif!”, roept ze uit.


Gevangen

Als de rechter-commissaris haar vertelt welke stof er in Johans drank is gevonden, veert ze op. Het gaat om antipyrine, een onschuldig en veelgebruikt geneesmiddel. “Dat is geen vergif!”, roept ze uit. “Geconcentreerd wél!”, antwoordt officier van justitie mr. A.J. Rethaan Macaré. Als het verhoor is afgelopen, beveelt de rechter Sophies gevangenneming. Een proces-verbaal van dit verhoor is niet bewaard gebleven. Sophie heeft de wederwaardigheden rond haar strafzaak opgetekend in een later uitgegeven dagboek. Is Sophie aan de voorzijde van het gerechtsgebouw aan de St. Jansstraat binnengekomen met haar koffertje, nu verlaat zij het, onder bewaking, aan de achterzijde. Een rijtuig brengt haar over naar het Huis van Arrest en Provoost in de Tuchthuisstraat. Meer dan drie lange weken brengt zij daar in voorlopige hechtenis door en wordt ook regelmatig verhoord. Sophie houdt vol onschuldig te zijn. Op haar 42ste verjaardag brengt de bewaakster haar tot haar vreugde een bos chrysanten en een stapel brieven van bekenden en onbekenden: lezeressen van De Hollandsche Lelie.


Apothekers

Op 6 december 1895 komt bericht van de apothekers die de flesjes hebben onderzocht: het gehalte aan antipyrine blijkt 2% te zijn, niet genoeg om iemand te vergiftigen. Na de uitslag van het onderzoek blijft Sophie nog tot 14 december gedetineerd. Alvorens haar in vrijheid te stellen, biedt de directeur van het Huis van Arrest haar boterhammen met rookvlees en ei. Vrolijk neemt ze afscheid van hem. “Ik hoop dat ik op dien stoel maar nooit meer zal behoeven te zitten”, zegt ze. “Misschien ontmoeten wij elkaar nog eens elders”, antwoordt de directeur op hartelijke toon, aldus Sophie in haar dagboek (Uit het dagboek van een preventief gevangene). Zij vertrekt naar het toenmalige Hotel Scholten in de Haarlemmerhout om op krachten te komen. Zij wil haar kinderen ontmoeten, maar Johan weigert daarvoor toestemming. Naar het Noordeinde in Krommenie keert zij nooit meer terug. Het duurt nog tot mei 1896 voordat zij van alle strafrechtelijke blaam wordt gezuiverd. Een bericht in het Utrechts Nieuwsblad van 27 mei 1898 bevestigt dat de officier van justitie Sophie buiten vervolging heeft gesteld. Ze keert onmiddellijk terug als hoofdredactrice van De Hollandsche Lelie. De strafzaak is dan wel afgelopen, zij zal toch nog vaak op de Haarlemse rechtbank verschijnen. 


Kinderen

Johan zet de scheidingsprocedure door. Met toestemming van de rechtbank dagvaardt hij Sophie. De gronden voor de scheiding worden gehandhaafd. Johan verzoekt de kinderen definitief aan hem toe te wijzen. De rechtbank hoort verschillende getuigen, onder wie de huishoudster en medewerkers van Johans notariskantoor. De poging tot vergiftiging speelt geen rol in de procedure. Als Sophie bericht ontvangt dat zij strafrechtelijk niet verder wordt vervolgd, begint zij op haar beurt ook weer een scheidingsprocedure in een poging de kinderen, dan 14 en 11 jaar, toegewezen te krijgen.

Uitzonderingen daargelaten, blijven de kinderen in die tijd bij de ouder op wiens verzoek de scheiding is uitgesproken (art. 284 BW (oud). Ook in de procedure waarin Sophie eiseres is, worden getuigen gehoord en vele conclusies genomen. Uiteindelijk, anderhalf jaar later, trekt Sophie aan het kortste eind. In januari 1898 spreekt de rechtbank de scheiding uit op het verzoek van Johan, “op grond van grove beleedigingen en buitenspoorigheden door gedaagde jegens haaren echtgenoot den eischer gepleegd, met al de wettelijke gevolgen daarvan”

Uitzonderingen daargelaten, blijven de kinderen in die tijd bij de ouder op wiens verzoek de scheiding is uitgesproken.

De kinderen worden aan hem toegewezen. De wetswijziging van 1901, waarbij wordt bepaald dat het de rechtbank vrij staat te bepalen naar wie van de ouders de kinderen gaan, komt voor Sophie drie jaar te laat. Die wetswijziging bewerkstelligt dat het belang van het kind centraal staat en niet de ‘schuld’ van de ouders aan de scheiding.

Mishandeling, belediging en poging tot vergiftiging in Krommenie

‘Een schrijfster in het Huis van Arrest’

De tijd dat het echtpaar Van Wermeskerken-Junius en hun zonen Henri en Maurits in Krommenie hebben gewoond, is geen gelukkige geweest. Een verre nazaat van Sophie, Henriette van Wermeskerken, oud-advocaat en thans juridisch journalist en tekstschrijver, heeft haar leven nageplozen en erover gepubliceerd. Haar boek Een schrijfster in het Huis van Arrest (Spaar en Hout, Haarlem) verschijnt in 2011 en verschaft informatie voor deze ‘Vindplaats’. Wat heeft haar bewogen?

Ik kende het gerucht binnen de familie dat Sophie van Wermeskerken, de moeder van de schrijver Henri van Wermeskerken, er rond 1900 van beschuldigd is dat zij haar man heeft proberen te vergiftigen. Henri is in zijn tijd, de jaren dertig van de vorige eeuw, een bekend schrijver. In 1935 is zelfs een boek van hem – ‘Suikerfreule’ – verfilmd. Zijn moeder Sophie is weliswaar ook een bekend schrijfster, maar nog meer dan haar zoon in de vergetelheid geraakt. Behalve de familie wist nauwelijks meer iemand wie zij was en hoe het zat met die vergiftiging. Ik vond het een intrigerend verhaal. Met de jaren steeg de interesse in het verleden en in de familiegeschiedenis. Na 2005, toen ik begon als zelfstandig juridisch journalist en tekstschrijver, vond ik de tijd rijp om in Sophies geschiedenis te duiken. In de lente van 2007 bezocht ik voor het eerst het archief van de Haarlemse rechtbank, ondergebracht bij het provinciaal archief van Noord-Holland in de Janskerk in Haarlem. Een groot deel van de processtukken in de scheidingsprocedures bleek bewaard te zijn. Opgetogen bladerde ik door de handgeschreven foliovellen, ingebonden in enorme leren albums, die met de grootste voorzichtigheid gehanteerd moesten worden. Je kon ze alleen raadplegen in een zaaltje met gedempt licht en een gereguleerd klimaat. Kopiëren was uitgesloten. Fotograferen en overtypen kon wel. Van de strafzaak zijn geen stukken bewaard, waarschijnlijk omdat het bij een gerechtelijk vooronderzoek is gebleven. Informatie over de strafzaak bleek volop voorhanden in de archieven van de verschillende Haarlemse dagbladen uit die tijd. Na ieder bezoek aan Haarlem vielen er puzzelstukken op hun plaats. Verder vond ik veel informatie in het familiearchief in Tiel, in het Letterkundig Museum en in de Koninklijke Bibliotheek. Veel steun had ik ook aan het dagboek dat Sophie heeft bijgehouden. Bij het schrijven heb ik geaarzeld of alle verschrikkelijke en soms gênante details aan de openbaarheid moesten worden prijsgegeven. Uiteindelijk heb ik besloten om alle feiten onverbloemd in mijn boek weer te geven. Ik wilde iets laten zien van het leven en het lot van de begaafde en bijzondere vrouw die Sophie was, op een zorgvuldige en respectvolle manier. Geen roman, geen fictie, maar de werkelijkheid en niets dan dat.

Het boek over het leven van Sophie van Wermeskerken-Junius is getiteld Een schrijfster in het Huis van Arrest, Haarlem: Spaar en Hout 2011. Het bevat, naast de levensgeschiedenis van Sophie, ook een gedetailleerde beschrijving van het gebouw van de rechtbank en het huis van bewaring in die tijd. Het boek is niet meer in de boekhandel verkrijgbaar, maar kan nog bij de auteur worden besteld via www.hvws.nl (€ 25,= inclusief verzendkosten).

Mr. M.M. van der Horst is advocaat-generaal bij het Ressortsparket (’s-Gravenhage) en oud-redacteur van Trema.

Top